Minor interdisciplinaire Projecten
Is deze minor iets voor jou?
• Ben jij geïnteresseerd is in de samenwerking met andere disciplines?
• Zie je in de toekomst een grotere rol in interdisciplinaire projecten?
• Wil je de samenwerking met andere disciplines inzetten om nieuwe wegen te vinden in je eigen discipline?
• Wil je een concreet en praktisch gerichte minor?
Dan is de minor Interdisciplinaire Projecten wellicht wat voor jou!
Wat leer je in de minor Interdisciplinaire Projecten?
• Je leert het vocabulaire en enkele basisvaardigheden uit het brede domein van de kunsten.
• Je maakt kennis met (ervaringen van) multidisciplinaire projecten. Ook neem je kennis van theorieën vanuit een cultuurfilosofische benadering.
• Je leert van anderen. Ook verwerf je inzicht in de andere benaderingswijzen die je docenten en medestudenten inbrengen.
• Je leert je idee ter discussie te stellen. Bovendien bekwaam je je in het realiseren van een gezamenlijke productie, met behoud van eigen herkenbare inbreng.
Hoe is de opbouw van deze minor?
De opbouw wordt bepaald door de eindproductie: De Processie. De eerste fase van 20 weken bestaat uit blokken theorie, lezingen en praktijkgerichte workshops, de zogenaamde praktijktheorie. Dit afgewisseld met labs waarin je in een gemixte groep onderzoek doet naar multidisciplinaire mogelijkheden van een gegeven zoals: de stad als podium. Daarnaast vragen we je twee kunstproducties te bezoeken en daarvan verslag uit te brengen.
De tweede fase wordt gewerkt in productiegroepen. Dit zijn min of meer zelfstandig werkende groepen die, onder leiding van een docent, de bouwstenen produceren voor de eindproductie. Deze groepen kunnen disciplinair of interdisciplinair van samenstelling zijn. De laatste fase is een vijfdaagse productietijd waarin gewerkt wordt aan de gezamenlijke productie De Processie.
Wat is het lesaanbod?
We bieden de theorie aan in de vorm van hoorcolleges. Je verwerft technische vaardigheden via workshops. Ook maak je deel uit van interdisciplinair samengestelde labgroepen en productiegroepen. De labs en de productiegroepen bestaan uit maximaal 15 studenten onder leiding van een docent. Er worden zowel Fontysdocenten ingezet als gastdocenten uit de verschillende kunstdomeinen: muziek, circus, dans, theater en beeldende kunst.
Hoe wordt de minor getoetst?
Het onderdeel theorie wordt getoetst door een tentamen. Ook lever je een verslag in van de bezoeken aan kunstproducties. De workshops praktijktheorie, de labs en de productiegroepen worden door de betreffende docent beoordeeld op kwantitatieve en kwalitatieve inbreng.
Contactpersoon minor Interdisciplinaire Projecten: Jan Grolleman